| 1. |
De werknemer ontvangt maandelijks een vergoeding van de kosten verbonden aan het eenmaal dagelijks heen en weer reizen van zijn woning naar zijn werk. De werknemer is vrij in de keuze van de wijze van vervoer. |
| 2. |
Onder de kosten bedoeld in lid 1 worden verstaan de reiskosten gebaseerd op de laagste klasse van het openbaar vervoer en het goedkoopste tarief alsmede de kosten voortvloeiend uit gebruik van brug, tunnel of veer. |
| 3. |
De leerling met wie een leer-/arbeidsovereenkomst is aangegaan, heeft eveneens recht op een vergoeding als bedoeld in lid 1 wanneer hij de opleidingsschool bezoekt. |
| 4. |
Recht op een vergoeding bestaat tevens voor de kosten voortvloeiend uit:
- het meer dan eenmaal daags heen en weer reizen tussen woning en werk ten gevolge van een gebroken dienst met een onderbreking langer dan 2 uren;
- een oproep in het kader van de bereikbaarheidsdienst of consignatiedienst;
- overwerk op uren die niet aansluiten op de normale arbeidstijd;
- aanwezigheidsdienst op uren die niet aansluiten op de normale arbeidstijd.
|
| |